Podcast van Erik Jan Harmens voor Literatuurplein.nl met Joost Baars over zijn poëziedebuut Binnenplaats:

“De bundel is in zekere zin een poging [van iemand die helemaal seculier is opgevoed] om religieuze taal te gebruiken. Wat ik niet wilde is dat dat ‘spiritual but not religious’ zou worden. Ik wilde een zekere grens over, een grens van wat de usance is bij mystieke poëzie en ook bij de manier waarop we in de samenleving over religie praten. De Jij [met hoofdletter] is eigenlijk net over de grens van het betamelijke als je het over religie in literatuur hebt. Dat was belangrijk, omdat we anders bijvoorbeeld dit gesprek er niet over zouden hebben. Ik wilde dat mensen daar een beetje over struikelden.”

Hieronder twee gedichten uit de bundel.

 

 

 

het geritsel van bomen is
niet het geritsel van bomen.

het is Jouw stem. het geritsel
dat altijd hetzelfde is, is niet

altijd hetzelfde. het opent me,
dringt bij me binnen, naar de

plek waar jij hoort, waar Jij blijkt
te ontbreken. daar hoor ik

Je vredig woedende neren, niet
het geritsel, maar het geritsel

dat het geritsel doet klinken,
uit een plek in mij die niet klinkt,

waar de taal waarmee ik dit zeg
niet bestaat, totdat Jij het zegt,

waar Jij wordt geboren in het geritsel
van het geritsel van het geruis-

loze ritselen, en mij erin maakt.

 

*

 

soms vliegt in Jou een parkietje
rond, een fel groengele stip

in grauw. is haar aanwezigheid
gevolg van illegale import?

is zij aan een van ons ontsnapt?
is ze van iets voorbode,

een keer, een zee? aan europese
kusten aanspoelende ziellozen,

kondigen zij aan of af? en wat?
heb Je hen lief zoals Je

mij liefhebt? of haat je hen zoals
Je mij ook haat, mij vraagt

in Jou te sterven, mij koestert
als Je tegenbeeld, Je zelf-

geschapen anomalie. ik
rook graag als ik bij Je ben,

ik weet niet of dat is uit
doodsverlangen of verlangen

om Jou eindelijk te laten sterven.

 

 

Uit: Joost Baars: Binnenplaats. Amsterdam: Van Oorschot, 2017

Advertisements