Dichter Edwin Fagel publiceert, in eigen beheer, een opnieuw afgeronde versie van zijn derde bundel nul (Nieuw Amsterdam, 2014). Het resultaat kreeg de titel o!. De compositie is omgegooid en naast een aantal nieuwe gedichten en omgewerkte versies van de gedichten uit nul is er ook een flink aantal gedichten geschrapt. Destijds werd nul helemaal niet zo slecht ontvangen en we zijn inmiddels ruim zeven jaar verder. Waarom dan deze nieuwe versie, en waarom in eigen beheer? Een interview.

Je hoort wel vaker dat dichters na een tijdje ontevredener worden over gepubliceerd werk. Maar het herschrijven van een hele bundel gebeurt niet zo vaak. Waarom vond je dat nodig?

Omdat de bundel niet af was toen ik hem publiceerde, daardoor was hij niet helder. Dat is vooral jammer, omdat ik de thematiek ontzettend belangrijk vind. Ik heb daarom de bundel opnieuw afgemaakt, uitgaande van de versie die ik eind 2013 voor het eerst bij mijn uitgever ter redactie aanbood.

De pakweg twee jaar die ik er tot dan toe aan had besteed, waren opwindend geweest. Onder invloed van met name Aleister Crowley en Georges Bataille had ik een stem en vorm gevonden die me naar een (voor mij) onbekende plek bracht. Een magische, duistere, onbegrensde plek. De potentie van het manuscript werd me steeds duidelijker en dat ervoer ik ook steeds meer als een probleem. De magie was obscuur, de duisterheid onethisch en de vrijheid waanzinnig. De stem van het personage ‘nul’ roerde thema’s aan als het kwaad, doodsdrift, seks, geweld. Thema’s, waarvan ik voelde dat ze me boven het hoofd begonnen te groeien.

Het hielp niet dat de planning bijzonder strak was en dat mijn vaste redacteur precies in die periode door omstandigheden niet beschikbaar was. Het manuscript verongelukte definitief op het moment dat schrijver en vriend Thomas Blondeau stierf. Want hoewel ik hem eigenlijk niet zo veel meer sprak, was Thomas ontzettend belangrijk voor het schrijfproces. Bij het schrijven van nul hield ik steeds zijn kritische blik in het achterhoofd en ik verheugde me op zijn reactie. Toen hij ineens in de leegte viel die ik aan het beschrijven was, vloeide de energie uit het schrijfproces. Ik verzette me niet tegen de dynamiek van de deadline en publiceerde zodoende een onaffe bundel.

Wat waren de uitgangspunten van deze nieuwe versie?

De potentie van nul, dat wist ik toen al, is veel groter dan wat de bundel is geworden. De leegte heeft te maken met o.a. zijn en niet-zijn, het kwaad en de duivel, waanzin en extase, seks en geweld, mannelijkheid en vrouwelijkheid… Ik heb het destijds afgemaakt met de gedachte dat het een eerste deel betrof, maar ik had er beter aan gedaan als ik eenvoudigweg mijn werkveld wat beter had afgebakend; als ik een beperkt deel van de mogelijkheden had uitgewerkt. Dat heb ik nu gedaan in o!. Daarvoor heb ik ook gedichten die me dierbaar zijn moeten schrappen, zoals bijvoorbeeld het gedicht over Thomas (de bundel is nu aan hem opgedragen) en o.a. een reeks over de duivel. Er is een rijper, evenwichtiger en vooral helderder geheel ontstaan.

Ook heb ik het personage ‘nul’ uit het manuscript gehaald. Destijds had ik dat personage nodig om bepaalde grenzen over te gaan die ik lastig vond om te overschrijden. Maar het leek me uiteindelijk zuiverder om zélf de stem in de gedichten te belichamen.

Wat is dan de thematiek die je zo belangrijk vindt?

Het draait in o! om (het verlangen naar) een extatische, erotische eenwording van een (heteroseksuele) man met een (geïdealiseerde) vrouw. Seks is in dit verband een vorm van geweld, een schending. En de extase die door deze grensoverschrijdende erotiek ontstaat, is een manier om het eeuwige, het goddelijke te ervaren. Helemaal in de filosofie van Bataille en de traditie van Markies de Sade en, zacht gezegd, niet onproblematisch. De gedichten zijn immers geschreven vanuit het (maatschappelijk gezien dominante) mannelijke perspectief. Wereldwijd sterven dagelijks vrouwen als gevolg van het mannelijke, erotische verlangen en de ongelijke machtsverhouding tussen man en vrouw.

Ongeveer tegelijk met het verschijnen van nul voerde de Luxemburgse kunstenares Deborah de Robertis in het Musée d’Orsay in Parijs een performance uit (‘Miroir de l’origine’) die volgens mij in veel opzichten verwant is met de uitgangspunten van nul, maar dan vanuit het vrouwelijke perspectief. Het centrale citaat uit de performance is in de bundel als motto geplaatst. Dat, met het omslagontwerp van Lula Valletta, zorgt voor context.

Vanwaar de nieuwe titel?

Het mooie aan de nul is de ronde, cyclische vorm. Ik wilde een andere titel, want het is een andere bundel, maar de ronde vorm wilde ik niet kwijt. Dan kom je vanzelf bij de ‘o’. Inhoudelijk klopt het: ‘o’, als extatische uitroep.

Waarom heb je de bundel in eigen beheer uitgebracht?

Ik heb het nieuwe manuscript in eerste instantie aangeboden aan mijn vaste uitgever, Nieuw Amsterdam, maar die had er geen plek voor in het fonds. Achteraf ben ik daar blij om, want het gaf veel vrijheid om o! in eigen beheer uit te geven. Ik ben erg enthousiast over de vormgeving van Lula Valletta en het eindresultaat is op geen enkele manier een compromis.

In het algemeen vind ik dat poëzie een maatschappelijke rol heeft te vervullen, en dat geldt wat mij betreft zeker voor deze bundel, met deze thematiek. Geen idee of daar iets van terecht komt: ik weet niet wat het bereik van o! zal zijn, die het zonder de logistieke middelen en marketinginstrumenten van de uitgeverij moet stellen. Maar ik ben ontzettend gelukkig dat de bundel er is, en dat die er op deze manier is. Dit is zeker niet de laatste bundel die ik in eigen beheer uitgeef.

Is o! de bundel geworden die je voor ogen stond?

Nee, want die bundel was niet te schrijven, een onhaalbaar ideaal. Maar het is wel de bundel geworden die nul eigenlijk had moeten worden. Ik heb in o! ook ervaringen en inzichten verwerkt die ik destijds gewoon nog niet had: o! is dus veel rijper dan nul ooit had kunnen worden.

Kunnen we nog meer herschrijvingen verwachten?

Over een jaar heb ik vast ook bij o! het gevoel dat het beter had gekund, dat hoort erbij. Maar ik ben er nu zeker van dat ik de stem in de bundel recht doe en dat de compositie klopt. Dus: nee, deze bundel is nu definitief. Gelukkig maar, want nu kan ik me concentreren op de volgende bundel, die medio 2024 bij Nieuw Amsterdam moet verschijnen.

o! (Eigen beheer, 2022) is te bestellen door een mailtje met adresgegevens te sturen naar yesthevoid[at]gmail.com.

Foto: Bertus Gerssen